Paragraaf 5Opdracht 26
Maak deze opdracht op een apart blaadje.
In het boek lees je dat mannen graag sporten doen met agressie, kracht en snelheid. Denk aan voetbal, boksen, worstelen en rugby. Vrouwen voelen zich meer aangetrokken tot sporten waar het meer gaat om schoonheid en samenwerking. Bijvoorbeeld turnen en korfbal.
a. Kies de sport die jezelf doet. Of: een sport waar je graag naar kijkt op tv. Of een andere sport.
Deze sport is:
b. Beschrijf deze sport. Is het:
- een individuele sport of een teamsport?
- jeugdsport, volwassenensport of seniorensport?
- valide sport en/of gehandicaptensport?
- binnensport en/of buitensport?
- sport op het land, in of op het water of in de lucht?
- zomersport of wintersport?
- verenigingssport, schoolsport, buurtsport, studentensport, bedrijfssport of zelf sporten (eventueel in een groepje)?
- sporten in een apart jongens- of meisjesteam? Of gemengd?
c. Gaat het bij deze sport om agressie, kracht, snelheid, schoonheid en samenwerking? Of iets anders? Licht je antwoord toe.
d. Vind je dat de sport geschikt is voor jongens, meisjes of voor beiden? Licht je antwoord toe.