Blaadje
© Damon Educatie
Login

Paragraaf 9Opdracht 49 Oefentoets

Open vragen

1. Een mens is een sociaal wezen. Leg dit uit.

2. Wat is het verschil tussen vrijwillige en onvrijwillige relaties?

3. Maak een indeling van persoonlijke relaties. 

4. Wat betekent trouw?

5. Waarom is het normaal dat je tijdens de puberteit onzeker bent?

6. Naast lichamelijke verschillen zijn er ook sociale verschillen tussen mannen en vrouwen. Leg dit uit.

7. Welke verschillen zijn er gemiddeld tussen mannen en vrouwen wat betreft:
a. agressie.
b. verbale vaardigheden (goed kunnen praten).
c. wiskunde.
d. samenwerken met anderen.
e. constructietaken.

8. Noem een voordeel van sociale rollen.

9. Waaruit blijkt dat de familie belangrijk is in de islamitische cultuur?

10. Volgens het humanisme zijn man en vrouw lichamelijk niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. Leg dit uit.

 

Multiple-choice vragen

Geef aan of de volgende uitspraken goed of fout zijn. Let op: alleen ‘goed’ of 'fout’ noteren!

1.     Mensen hebben andere mensen nodig om te leven. 

2.     Persoonlijke relaties zijn relaties die voortkomen uit een persoonlijke band die je hebt met een ander mens.

3.     Liefde is geven en nemen.

4.     Jaloezie heeft te maken met angst.

5.     Vrouwen tonen hun agressie gemiddeld minder dan mannen. 

6.     Meer mannen dan vrouwen doen de VMBO-opleiding voor Landbouw.

7.     Vrouwen hebben geen sociale rollen, mannen wel.

8.     Een sociale positie is de plaats die je hebt ten opzichte van een ander.

9.     Volgens de islam hoort de man gericht te zijn op zijn taken buitenshuis.

10.  Volgens het humanisme zijn man en vrouw gelijkwaardig aan elkaar.

 

Antwoorden open vragen

1. Leven doe je niet alleen. Het is altijd sámenleven met anderen. Je hebt andere mensen nodig om te kunnen leven. Een mens is voortdurend betrokken op andere mensen. Dat moet ook. Hij heeft andere mensen nodig om zelf mens te worden. Zonder omgang met andere mensen zou een mens niet kunnen bestaan!

2. Vrijwillige relaties kies jezelf uit en onvrijwillige relaties zijn er gewoon. Die kies je niet uit.

3. a. Gezins- en familierelaties.
b. Vriendschappen.
c. Liefdesrelaties.

4. Verbonden voor altijd. Het hoort bij liefde.

5. In de puberteit ben je heel erg op zoek naar je eigen identiteit. Je vraagt je af: wie ben ik en wie zou ik willen zijn?

6. Het zijn verschillen waar mensen bewust of onbewust voor kiezen. Zo doen méér meisjes dan jongens een opleiding voor Zorg en Welzijn. Bij techniek is het net andersom. Jongens nemen vaker het initiatief bij seksualiteit. 

7. Gemiddeld genomen ...

a. laten mannen meer agressie zien;
b. zijn vrouwen verbaal sterker (‘ze kunnen beter praten’);
c. zijn mannen beter in wiskunde;
d. zijn vrouwen beter in samenwerken met anderen;
e. zijn mannen beter in constructietaken (‘dingen maken’).

8. Je weet hoe je je moet gedragen. Dat geeft zekerheid en gemak.

9. Het is de belangrijkste groep waarin de moslim leeft. Het individu is ondergeschikt aan de groep: aan de familie. Vaak wonen meerdere generaties van een familie bij elkaar. Soms komt uithuwelijken nog voor en wordt erop toegezien dat de vrouw als maagd het huwelijk ingaat.

10. Lichamelijk kunnen er verschillen zijn. Maar verder zijn ze gelijkwaardig aan elkaar. Allebei hebben ze recht om te studeren en te werken. Mannen en vrouwen hebben recht op hetzelfde loon als het om hetzelfde werk gaat. En je moet elkaar moet respecteren als het gaat om seks.

 

Antwoorden meerkeuze vragen

1g, 2g, 3g, 4g, 5g, 6f, 7f, 8g, 9g, 10g.